'Elke Friestalige gebruikt veelvuldig afwisselend Fries en Nederlands (ik reken tot het gebruik ook de xe2x80x98passievexe2x80x99 vaardigheden: verstaan en lezen. Deze voortdurende afwisseling ervaart vrijwel iedereen als normaal en vanzelfsprekend.' Dat schreef Pieter Breuker, inmiddels emeritus hoogleraar Fries aan de RUG in Groningen, een aantal jaren geleden in 'Negen eeuwen Friesland-Holland:Geschiedenis van een haat-liefdeverhouding'.
Voor Breuker is het een van de kenmerken van wat hij de Fries-Nederlandse taalcontactsituatie noemt. In de Friese literatuur wordt dat gegeven hier en daar door een enkele schreeuwlelijk nog steeds hardnekkig ontkend. In een beduimeld soort jaren-dertig-taal worden Friestalige schrijvers die nxc3xadet uitsluitend in het Fries schrijven weggezet als xe2x80x98ferrieders fan de Fryske taalxe2x80x99. Dat soort uitspraken ruikt naar Wildersachtig wauwelende lieden in groezelige, ongewassen regenjassen, hansworstelijke Friese xenofoben die alleen al bij het horen van het woord Hollander spontaan beginnen te kotsen.
xe2x80x98Ferrieders fan de Fryske taal.' Dergelijke frasen, het zijn de beschimmelde brokken brood uit de muf ruikende Fries-nationale kelders van de eeuwig verongelijkte Cornelis van der Wal, geplaagd als hij is door een zo onderhand ongeneeslijke vorm van (etnisch) vijandsdenken. In het spoor van Wilders die zich sterk maakt voor de invoering van ethnische registratie, rept Van der Wal, xe2x80x93 wat moat dy Hollanner hjirre mei de poaten op xc3xbas hiem xe2x80x93 hongerig en graag, van xc3xa9xc3xa9n volk en xc3xa9xc3xa9n familie als het om het Fries gaat. Het verbaast dan ook geenszins dat Van der Wal zijn schrijfsels nog steeds publiceert op de website met de naam xe2x80x98wegmetderandstadxe2x80x99, onderdeel van iets wat 'kultuer mei Knillesxe2x80x99 schijnt te zijn. Nou ja, cultuur? Niet anders dan bij de oude nieuwe orde voeren bij Van der Wal haat en wrok de boventoon, want bij voorbeeld tegen een wereldburgerschap, (dus ook tegen iets als 'Fryslxc3xa2n culturele hoofdstad 2018'), tegen het experiment(ele), tegen het individu en tegen alles wat niet loyaal is aan 'de Fryske famylje', kortom het oude liedje.
Zolang de wind van de wolken waait
Het literaire systeem in Friesland is allang een open, tweetalig systeem. Het is een werkelijkheid waar in de praktijk nogal eens aan voorbij wordt gegaan. Ergo, de aberraties. Neem het literair-historisch overzicht Zolang de wind van de wolken waait (2006), samengesteld onder eindverantwoordelijkheid van de Friese literatuurbevorderaar en Friese Beweger Teake Oppewal van het instituut Tresoar. Iemand als Huub Mous, die meer dan xc3xa9xc3xa9n artikel over de Friese literatuur op zijn naam heeft staan, zul je in dat xe2x80x9cWolkenboekxe2x80x9d niet terugvinden. Omdat hij Nederlandstalig is? De keuze, lees: de uitsluiting [sic!] is tekenend voor wie het literaire systeem als een gesloten Fries systeem beschouwt. Onderliggende oorzaak van dit uitsluitingsmechanisme ligt bij een hopeloos door elkaar halen van ideologie en de eis van objectiviteit bij de samenstelling van dat soort literair historische overzichten.
De aanpak van dergelijke, de Friese literatuur-xe2x80x9cbevorderendexe2x80x9d ambtenaren leidt, kortom, tot allerlei moedwillige vertekeningen van de Friese literaire historie. En het instituut Tresoar krijgt er maar niet genoeg van! Zelfs de nieuwsdienst van Tresoar doet hard mee aan het gesloten Friese Oppewal-denken. Je kunt je bij voorbeeld afvragen of toespraken over xe2x80x98Meer Fries schrijven in de krantenxe2x80x99 zoals die van Willem Verf, een politicus die de denkmethoden van de literatuurbevorderaar ruimhartig onderschrijft, eigenlijk wel thuishoren op xe2x80x9cNieuwsxe2x80x9d-webpagina van Tresoar? Zo ja, waarom wordt de rest van de (nieuws)berichten over datzelfde onderwerp, hetzij in de vorm van een opiniestuk, b.v. 'De takomst fan it Frysk yn de media' (over de keuze voor kwaliteit in het Fries en niet omdat het toevallig Fries is, een artikel van Elske Schotanus), hetzij in de vorm van een commentaar, dan onvermeld gelaten?
het Friese keeshondje
Ondertussen publiceert de Friestalige schrijver-dichter Elmar Kuiper een in het Nederlands geschreven dichtbundel. xe2x80x93 Mijnheer Kuiper, u bent een verrader van de Friese taal. Ondertussen schrijft Jouke "Smots" Hylkema zijn in kwatrijnen neergepende opmerkingen, vaak naar aanleiding van onderwerpen die op het log van Huub Mous voorbijkomen, in het Nederlands. xe2x80x93 Mijnheer Hylkema, u bent een verrader van de Friese taal. Ondertussen doet de Friestalige schrijfster Jetske Bilker haar twitters in het Nederlands. xe2x80x93 Mevrouw Bilker, u bent een verrader van de Friese taal. Enzovoort. Enzovoort. Opvallend is dat de wraking van Van der Wal zonder inhoudelijke argumenten blijft, iets wat bij hem overigens gebruikelijk blijkt.
Bij de uitreiking van het eerste exemplaar van de dichtbundel Hechtzwaluwen van Elmar Kuiper, afgelopen zaterdag in Amsterdam, buitelden de verschillende talen, het Fries en het Nederlands, op allerlei manieren vrolijk over elkaar heen, ze werden op geen enkele manier geproblematiseerd. Sterker, de Nederlandstalige dichter K. Michel droeg poxc3xabzie voor waarin allerlei Friese woorden en uitdrukkingen waren verwerkt. Bij het toneelgezelschap Tryater van Ira Judkovskaja zie je, al tijden, soortgelijke gemakkelijke, lees: vanzelfsprekende vormen van taalverweving. Iemand als Cornelis van der Wal, internettrol en keffend keeshondje van de Friese literatuur die, helaas, niet verder komt dan kreten als xe2x80x98ferrieders van de Fryske taal', heeft geen boodschap aan dergelijke xe2x80x98taalcontactsituatiesxe2x80x99.
Toch ligt juist in die situaties een van de uitdagingen, of zoals Breuker het formuleerde in het artikel 'De Fryske identiteit bestiet net': 'It xc3xb4fwizen fan it oare en it nije en it behxc3xa2lden en it oerbeskermjen fan it xe2x80x98eigenexe2x80x99 betsjut in stadige kulturele dea. Belangriker is de wil en it fermogen om de konfrontaasje mei oare kulturele ynfloeden oan te gean en dy op in fitale manier yn de kultuer op te nimmen.' (de Moanne, nr. 7, 2007).